(0)

Selecteer Regio

PWA: ABVV is op meerdere punten zeer kritisch ten aanzien van de visie van Muyters

Het ABVV wil dat de werklozen een waardig inschakelingsparcours krijgen. Daarom moeten we de transitie van PWA naar wijkwerk nauwgezet opvolgen, de pijnpunten kennen en zorgen dat we betrokken blijven bij de organisatie en uitvoering van het systeem onder leiding van de lokale besturen.


Analyse

Finaliteit en toekomstige doelgroep
De minister houdt met dit voorontwerp vast aan het idee dat het wijk-werken een instrument is voor mensen die een traject naar een reguliere baan aanvatten. Hij geeft enigszins garanties voor de huidige residerende groep maar trekt de deur dicht voor toekomstige langdurig werkzoekenden. Indien het verhoopte resultaat na 12 maanden wijk-werken niet kan gerealiseerd worden, zijn er weinig of geen alternatieven meer beschikbaar. De SERV adviseerde om dit wijk-werken net buiten de scope van stages, IBO’s en BIO’s te houden omdat er steeds een groep mensen zal blijven voor wie wijk-werken het hoogst haalbare is.

De doelgroep wordt gevoelig uitgebreid met leefloners en vrije werkzoekenden. Het toevoegen van deze categorieën verhoogt de armslag van de VDAB die zo het contingent van 7291 (uitkerings)gerechtigden kan doorbreken. Anderzijds moeten we toch wel vragen stellen bij de haalbaarheid van dit begeleidingsarme systeem voor deze nieuwe doelgroepen. Vaak hebben leefloners een intensievere coaching en ondersteuning nodig om opwaartse trajecten te kunnen realiseren. Elementen die niet zijn voorzien in dit concept.

Werk-Zorg-kader en sociale economie
Bij de toelichting werd opnieuw verwezen naar de doorstroompistes Werk-Zorg en sociale economie voor de huidige groep PWA-werknemers. De uitvoering van Werk-Zorg wordt voorzien voor begin 2018 maar kon door het kabinet cijfermatig nog niet gestaafd worden. Het blijft dus een verhaal van opties en pistes zonder duidelijke budgettaire capaciteit. Structurele oplossing voorzien voor precaire groepen zal vertaald moeten worden in objectieve budgetten voor een grote groep kwetsbare werkzoekenden die gecumuleerde welzijnstekorten kennen.

Uitvoerders en organisatie
Men heeft duidelijk een aantal grieven van VVSG opgenomen in het voorontwerp. De lokale besturen krijgen een regie- en actorrol toebedeeld. De regierol beperkt zich tot de vraagzijde waarbij de lokale besturen de mogelijkheid krijgen een lokale activiteitenlijst te creëren. Daarnaast moeten diezelfde besturen ook zorgen dat er geen verdringing ontstaat van reguliere tewerkstelling én moeten ze op zoek gaan naar noden die kunnen ingevuld worden met wijk-werken. Ze kunnen bovendien ook zelf instaan voor de praktische organisatie van het wijk-werken. De organisator zal een deel van de opbrengst ontvangen als vergoeding voor de dienstverlening. Het totale financieringsplaatje blijft echter een open vraag. Door de rolvermenging en zeker wanneer de financiering van de dienstverlening te veel gebaseerd wordt op de opbrengst van wijk-werkprestaties komt de naleving van het niet-verdringingsprincipe in gevaar.

Toegestane activiteiten
Er komt een Vlaamse lijst toegelaten activiteiten die door de lokale besturen kan ingeperkt of uitgebreid worden. Bij de mondelinge toelichting van het voorontwerp werd een arbitrage- en toezichtrol weggelegd voor de raad van bestuur VDAB. Die zou de bevoegdheid krijgen om lokale uitbreiding van toegelaten activiteiten in te perken bij valse concurrentie of verdringing van werkgelegenheid. Vraag hierbij is of dit bestuursorgaan geschikt is om zich te buigen over dergelijke operationele splijtzwammen. Moet er derhalve niet gezocht worden naar een afgelijnd kader van criteria én activiteiten die een goede lezing van ‘potentieel’ wijk-werk mogelijk maakt voor de uitvoerders?

Dienstverlening
De problemen van continuïteit worden niet aangepakt in het voorontwerp. De gebruikers zoals scholen, vzw’s en gemeentebesturen die nood hebben aan stabiele tewerkstelling krijgen geen enkele garantie dat dit mogelijk wordt via wijk-werken. Door de schaalvergroting -die op bestuurlijk vlak aan te moedigen was- rust nu wel een hypotheek op de fijnmazig- en laagdrempeligheid van het stelsel. Een goede balans vinden in bereikbaarheid en beschikbaarheid versus deze schaalgrootte zal geen evidente oefening worden.

Chequesysteem en uitbetaling
In het voorontwerp is geen formele melding van uitbetalingsinstelling noch cheques-maatschappij opgenomen. Logischerwijs wordt een nieuwe opdracht uitgeschreven voor een operator. Nieuw is dat men deels wil overschakelen naar elektronische cheques.

Ondanks eerdere toezeggingen is er nog geen duidelijkheid over de hoogte van de vergoeding. Het gevaar schuilt in het toepassen van een financiële trap in het traject van de werkzoekenden. Waardoor het huidige PWA-bedrag zou kunnen gedownsized worden tot een niveau dat pakweg halfweg schommelt tussen het bedrag van de nieuwe werkervaringsstage (200 euro per maand) en de maximale vergoeding voor vrijwilligerswerk (110 euro per maand). Met een huidig maximaal bedrag van 218 euro per maand (4.10 euro/u) zou dit zowat een halvering van het huidige maximale bedrag betekenen.

Rol uitbetalingsinstellingen
De PWA-vergoeding wordt momenteel door de uitbetalingsinstellingen of het OCMW (leefloners) uitgevoerd. Uit de memorie van toelichting kan men niet afleiden of er in het wijk-werken nog een rol zal weggelegd zijn voor de uitbetalingsinstellingen. Mogelijks zal de organisator of de VDAB zelf instaan voor de uitbetaling. Deze indruk wordt versterkt door het toevoegen van de categorie vrije werkzoekenden die geen actueel uitbetalingsdossier werkloosheid hebben.

Met het toevoegen van de categorie vrije werkzoekende voegt men een extra argument toe om deze rol aan de VDAB toe te kennen.

Terug Top